Verbo "opstaan" - conjugación holandesa

Conjugation of have (Export PDF)

holandesVerbo "opstaan"

infinitief
holandes
  • opstaan
onvoltooid verleden tijd
holandes
  • stond op
voltooid deelwoord
holandes
  • opgestaan

Aantonende wijs

onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)

ik
sta op
jij/u (je)
staat op
hij/zij/het
staat op
wij (we)
staan op
jullie
staan op
zij (ze)
staan op

voltooid tegenwoordige tijd (vtt)

ik
ben opgestaan
jij/u (je)
bent opgestaan
hij/zij/het
is opgestaan
wij (we)
zijn opgestaan
jullie
zijn opgestaan
zij (ze)
zijn opgestaan

onvoltooid verleden tijd (ovt)

ik
stond op
jij/u (je)
stond op
hij/zij/het
stond op
wij (we)
stonden op
jullie
stonden op
zij (ze)
stonden op

voltooid verleden tijd (vvt)

ik
was opgestaan
jij/u (je)
was opgestaan
hij/zij/het
was opgestaan
wij (we)
waren opgestaan
jullie
waren opgestaan
zij (ze)
waren opgestaan

onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)

ik
zal opstaan
jij/u (je)
zult opstaan
hij/zij/het
zal opstaan
wij (we)
zullen opstaan
jullie
zullen opstaan
zij (ze)
zullen opstaan

voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)

ik
zal opgestaan zijn
jij/u (je)
zult opgestaan zijn
hij/zij/het
zal opgestaan zijn
wij (we)
zullen opgestaan zijn
jullie
zullen opgestaan zijn
zij (ze)
zullen opgestaan zijn

Conoce los verbos más utilizados en holandés.